Karel Waeri: decennia lang een naam die alleen bij insiders van het volksmuziekgenre een belletje deed rinkelen. Het grote publiek, de doorsnee Gentenaar had er nog nooit van gehoord.
Tot Walter De Buck in 1970 de eerste 'nieuwe' Gentse Feesten organiseerde als een bescheiden huldebetoon aan Karel Waeri. Want De Buck had de liedjes en teksten van Waeri herontdekt en kwam tot de vaststelling dat het hier ging om een man die een belangrijke rol gespeeld had in het Gentse volksleven.
In de 19de eeuw en begin 20ste eeuw kende het cafe-chantant een bloeitijd in Gent, in Aalst, in Ninove: de centra van de industriële ontwikkeling. In de sfeer van sociaal onrecht en opkomst van het socialisme zong Karel Waeri in de vele volkscafé's over het leven en de ellende der arbeiders, maar hij deed dit ook bij de bourgeoisie. De dames en heren die in de zomer met hun koetsen naar buiten reden op zondag, om er in de priëeltjes aan de boorden van de Leie bij een koele dronk een gewillig oor te verlenen aan de rondtrekkende troubadours. De liberale inborst van de meeste van deze lieden toonde zich niet geschokt door de sociale thematiek van Waeri's liedjes. Integendeel.
In die tijd immers vormden socialisten en liberalen één front tegen de clerus en de katholieke partij omwille van hun gemeenschappelijke vrijzinnigheid Als zelfstandig wever hoorde Karel Waeri eerder thuis bij de liberalen, wat hem niet belette gevoelig te zijn voor de sociale onrechtvaardigheid, waarvan de spinners in de industriële spinnerijen het slachtoffer waren. Het werd de voornaamste voedingsbodem van zijn artistieke loopbaan.
Op z'n beurt raakte Walter De Buck sterk onder de indruk van wat Karel Waeri te vertellen en aan te klagen had. Hij zong de liedjes van de Gentse volkszanger nieuw leven in op talloze podia in Vlaanderen en Nederland, op een resem langspeelplaten, maar bovenal tijdens de 'Gentse Feesten', onafgebroken van 1970 tot op heden. Vele van de eigen liedjes van De Buck zijn sociaal geïnspireerd, vertonen de directe invloed van Waeri. Het nieuwere repertoire van Walter De Buck is minder sociaal- geëngageerd, meer gericht op de man-vrouw verhouding, de algemeen menselijke problematiek. De invloed van Karel Waeri is langzaam aan weggeëbd. Maar dat de gemiddelde Gentenaar van nu fier is op zijn volkszanger Karel Waeri, is zeker niet de geringste verdienste van Walter De Buck.
Toen Walter De Buck, na z'n studies beeldende kunsten in Gent, eind jaren vijftig, beginjaren zestig naar het Hoger Instituut in Antwerpen trok, kwam hij daar in aanraking met Wannes Van De Velde en met Ferre Grignard. Naast schilderen en beeldhouwen maakte het drietal vooral muziek. En plezier!
De volksmuziek was toen in diskrediet geraakt, nog omwille van de nazistische stellingname die "ontaarde kustvormen" afwees en de bloed-en-bodemcultuur jarenlang had gekoesterd. De naoorlogse reactie hierop betekende de doorbraak en de jazz en de voorliefde voor het chanson.
Toen Wannes en Walter aansluiting zochten met de eigen 'roots', met de volksmuziek dus, kwamen ze bijna automatisch terecht bij het dialect en bij de zangers van de negentiende eeuw.
Terug in Gent opende De Buck in 1964 op het Sint-Jacobsplein 'Trefpunt', zoals de naam zegt bedoeld als ontmoetingsplaats. Om de haverklap werden kunsttentoonstellingen opgezet, maar ook en vooral zang-en poëzieavonden. Daar bracht Walter De Buck voor het eerst zijn eigen liedjes aan de man.
En in de zomer trok hij de straat op: animatie op de terrasjes en de markten. Maar de politie(k) maakte er een sport van om hem telkens weg te jagen. Op last van de Gentse burgemeester, werden in 1968, een aantal van De Bucks' tekeningen in beslag genomen, wegens het zogenaamd provocerend, erotisch karakter.
Al die voortdurende herrie beu trok Walter De Buck uiteindelijk zelf naar het stadsbestuur, met het verzoek hem een plaats in de binnenstad te geven, waar hij dan wel ongestoord mocht optreden. Dat werd toegestaan, op het Sint-Jacobspleintje.
Leep gespeeld van de stad natuurlijk, want het was er toch een dooie boel, zonder passage. Maar dat pakte even anders uit. Van het begin af kwam het publiek opdagen. Het repertoire werkte als een magneet. En tijdens de eerste nieuwe 'Gentse Feesten' kon je er over de koppen lopen.
Walter De Bucks' café 'Trefpunt' was ook één van eerste, vegetarische restaurants in Vlaanderen. Maar in 1978 moest hij daarmee stoppen. De mensen verwachten dat vegetarisch eten goedkoper is dan de frituur op de hoek, terwijl biologisch geteelde eetwaren nu eenmaal duurder uitvallen dan gewone. Op de duur raakte De Buck niet meer uit de kosten. Daarenboven lukte het hem niet om de vegetarische stelregels consequent op zichzelf toe te passen. Met een onregelmatig leven, voortdurend op tournee was dat niet vol te houden.
Luc Vanmassenhove.
