Mike Olders; dat ben ik, is een raar wezen. Ik hou ervan om ‘s nachts te dagdromen en als ik niets om handen heb neem ik graag iemand beet.
Het was twee uur 's nachts en het is de hoogste tijd om iemand beet te nemen, dacht ik bij mezelf.
Van West-Vlamingen is algemeen geweten dat ze harde werkers zijn maar ook dat ze zelf zeggen dat get alhemeen heweten is dat West-Vlamingen garde werkers zijn. En dat is gun, excuseer, hun goed recht.
Het belspelletje op het kwaliteitszender 2Be bleef maar duren en geen enkele beller die in de studio geraakte kon het juiste antwoord ter waarde van maar liefst vijfduizend euro geven. Nochtans moet je geen bachelor of master zijn om te zien dat het juiste antwoord "hoed" was.
Ik verveelde me toch en vijfduizend euro is nu eenmaal een bedrag dat tot de verbeelding spreekt; ik kan mijn vriendin een dag shoppingplezier bezorgen of het nuttig besteden aan meerdere cafébezoeken.
Of, en dan komt de slechte mens in mezelf naar boven, ik kan doen alsof ik een West-Vlaming ben en het juiste antwoord fout uitspreken. Ja, dat zou nogal wat geven en leek me veel spannender.
Net op het moment dat de moed me in de pantoffels (ik draag thuis geen schoenen) zakte en ik een laatste wanhopige poging ondernam, raakte ik de studio binnen; op zich al een moment van glorie, gezien je gemakkelijker uit een staatsgevangenis kunt ontsnappen dan dat je een belspelstudio binnen geraakt.
"Met wie?", zong de Limburgse deerne in de studio me toe.
"Guho Van Praah", antwoordde ik spontaan en tot mijn eigen verbazing.
"Dag Hugo, wat is volgens jou het antwoord dat we zoeken?"
"Goed!"
"Goed is... niet goed, Hugo!"
"Neen, het is goed!"
"Toch niet, het is niet goed. Goed is niet wat we zoeken, hoor. Dag Hugo."
"Een goed die je op je goofd zet", probeerde ik nog maar ik was toen reeds de studio uit gebonjourd.
Ik geef het grif toe, ik was in topvorm en, dure telefoonrekening of niet, terugbellen was een vorm van ultieme zelfbevrediging geworden.
De belspelgoden waren me, ondanks mijn snode plannen, gunstig gezind want binnen de kortste keren kreeg ik de sympathieke gastvrouw opnieuw aan de lijn. Een kinderlijke opgewektheid, het soort euforie dat een zaadcel ongetwijfeld moet hebben na het binnendringen van een eicel, maakte zich heer en meester van mijn lijf en leden.
"Zeg het maar", klonk de zachte maar vermoeid klinkende vrouwenstem door mijn gsm.
"Met Guho van Praah."
"De Hugo! Wat is je antwoord?"
"Goed."
"Helaas, Hugo. Goed is al gezegd geweest en is niet goed. Toch bedankt."
"Maar...", en ze smeet me van haar lijn.
Ik had ze toch goed liggen gehad, die snoodaards van de belspellen. Haha!
Vorige week kreeg ik mijn telefoonrekening. Wie laatst lacht best lacht, is nooit eerder zo (z)waar geweest.
Mike Olders.
Reacties