Laatst liep ik een oude bekende tegen het lijf en met uitzondering van zijn gezicht en familienaam die me heel vertrouwd leken kon ik me eigenlijk niets herinneren over hem, daarom vond ik het een ideale gelegenheid om de man uit te nodigen voor een lunch in één of andere snackbar. Ik had die middag toch niets om handen.
Hij koos voor een slaatje en ik had wel trek in een sandwich. Het gesprek dat volgde had veel weg van het type gesprek dat ik eigenlijk nooit wil voeren.
Zijn leven had een nieuwe wending genomen, hij strijdt nu voor de rechten van de dieren; ik heb daar geen enkel probleem mee en vind dat zelfs tof, zolang het maar niet te fanatiek en extreem is, en ze niet aan mijn deur komen bellen.
Maar de slechte mens in mij kon het niet laten en nogal snel floepte ik er een citaat van mijn grote idool Winston Churchill uit: "Ik hou van dieren, vooral met een lekker sausje." En ik lachte... alleen!
Hij ging onverstoord verder, als was hij de premier die onmiddellijk terug naar de orde van de dag moet na een akkefietje binnen zijn regering.
"Het is niet voor niets het dierenRIJK en het mensDOM!", zei hij plots.
Pardon?
Ik verslikte me bijna in een brokje sandwich.
De woorden "rijk" en "dom" zijn ten eerste al geen antoniemen van elkaar, ten tweede suggereer je op die manier dat wie niet rijk, dom is. En mag ik er iedereen toch even op wijzen dat het wel de mens is die als eerste een voet op de maan zette en niet één of andere aap, of godbetert een olifant!
Het is mijn oprechte overtuiging dat de ontwikkeling van de computers een veel mindere vaart had genomen indien we dit aan nijlpaarden hadden overgelaten en als we de boekdrukkunst hadden toevertrouwd aan de know-how van een poedel dan hadden monniken nu nog veel werk gehad.
Omdat ik onze lunch niet wou verbrodden koos ik ervoor om mezelf wat te beheersen; wat gezien mijn karakter geen evidentie is, en ik fronste enkel de wenkbrauwen zonder iets te zeggen. Het was mijn overtuiging dat ik zo mijn onenigheid kon laten blijken zonder een tegenreactie te krijgen die ongetwijfeld zou ontaarden in de woordenwisseling die de geluidsnormen overstijgt.
Net op dat moment keek hij me vragend aan en vroeg me of ik al kindjes had.
"Ik ben er mee bezig!", zei ik enthousiast. Waarop de beleefdheid me gebood hem hetzelfde te vragen.
"Neen, ik wil geen kinderen!", antwoordde hij resoluut. Automatisch wou ik vragen waarom hij geen kinderen wou maar gelukkig bedacht ik me snel want dergelijke informatie interesseert me niet en gaat me eigenlijk ook gene moer aan.
Hij keek me aan terwijl hij een stukje sla tussen zijn tanden liet knarsen en aan zijn blik zag ik dat hij wou dat ik het toch zou vragen. Om hem te pesten vroeg ik dan maar wat hij zoal voor de kost doet, en voor de rouwkost ('n knipoogje van mijnentwege doelend naar wat hij aan het eten was.)
"Producent van televisieprogramma's!", zei hij terwijl hij een augurk in zijn mond stak.
"Ik zal eens iets zeggen! Tegenwoordig is het allemaal kul en zever op televisie én herhalingen van diezelfde zever en kul, elke dag opnieuw! Weet je wat een goed idee zou zijn? Een programma zoals dit! Zet een camera in een snackbar en laat gewonen mensen elkaar interviewen, zoals wij nu doen. Prachtige en boeiende televisie wordt dat!", vervolgde hij terwijl een halve augurk uit zijn mond, recht in zijn cola viel.
Plots werd het me duidelijk waarom ik hem vergeten was en waarom ik nog nooit een programma van hem had gezien.
Ik rekende af, nam afscheid en ging naar huis.
Toen ik even later thuiskwam en ik mijn vriendin in de keuken zag staan had ik geen honger meer en al helemaal geen trek in televisiekijken, alleen...
"Ik wil gezellig samen met je neu:
tronenbommenstickers op m'n nieuwe tas gaan plakken."
Mike Olders.
Reacties