Zit u ook op Facebook? Ik niet meer.
Laatst kwam kwam ik een oude schoolvriendin tegen en dat blij weerzien resulteerde in een aangename babbel. Helaas had ze weinig tijd, ze moest er vandoor. Tot slot zei ze dat ik haar kon vinden op Facebook; niet dat ik haar zocht maar dat wordt blijkbaar zo gezegd. “We kunnen vriendjes worden!”, riep ze me nog toe terwijl ze de andere richting uitliep. Ik dacht dat we dat al waren maar blijkbaar is dit niet zo in de virtuele wereld.
Toch deed ik het niet want er stonden wetten en praktische bezwaren in de weg. Mijn vriendin is namelijk een hele toffe madam zolang ze niet boos is.
Volgens mijn vriendin heb ik geen vriendinnen nodig, ook niet op internet. Ik deel haar mening niet maar u begrijpt dat ik haar liever opgewekt in huis heb.
Ik zou in het geniep virtuele vriendinnen kunnen hebben maar welke garanties heb ik?
Is Tania ook werkelijk Tania? Of is die Mieke eigenlijk een Karel? Is het wel echt Vanessa Paradis die mijn vriendinnetje is? Kan ik met recht en rede zeggen dat Barack Obama iemand uit mijn persoonlijke vriendenkring is? Is het werkelijk Naomi Campbell die me een “Happy birthday!” toewenst, gevolgd door drie zoenen? Ik hoop van wel maar ik vrees van niet.
U begrijpt best dat ik het mij niet kan permitteren om vriendje te worden met die mooie Louise die voor hetzelfde geld het virtuele alter ego van mijn vriendin kan zijn.
Wie is wie op het internet, als Joëlle Milquet “Oui” schrijft op haar profiel?
Het zal u verwonderen maar mijn vriendin heeft er geen enkel probleem mee dat ik dagelijks mijn stamcafé bezoek, niettegenstaande daar ook vrouwen vertoeven!
Mijn vriendin is ervan overtuigd dat mijn stamcafé uitsluitend een mannenaangelegenheid is en dat de aanwezige vrouwen afgeleefde manwijven zijn die absoluut geen bedreiging vormen (voor alle duidelijkheid moet ik u laten weten dat ik deze mening niet met haar deel). Ze moest eens weten! Maar ze weet het dus niet; niet dat ik lieg, ik breng haar enkel niet op de hoogte.
Cafés zijn de beste uitvinding sinds het wiel en lagen volgens mij aan de basis tot het bedenken van de pijnstillers.
Annie die van haar barkruk schuift, de moppen van Freddy die hilarisch klinken met een pint op, Guido de wereldverbeteraar wiens oplossingen het probleem an sich aangenaam doen lijken, dronken Paul die zijn verlies wijt aan de scheeflopende pooltafel of Katrien voor wie alle mannen dezelfde zijn. Het café is een boeiende biotoop van drinkers en rokers.
Als cafés ten onder zullen gaan aan het algemeen rookverbod moeten we er zo nu vaak als mogelijk vertoeven, dat is mijn politieke visie. Binnen enkele jaren kan het niet meer, als het überhaupt nog mag!
Niets is zo leuk dan het café binnen te komen, te kijken welk vlees je in de kuip hebt, of er vrienden zijn om mee te praten (of lullen!) en eventueel nieuwe of oude vrienden tegen het lijf te lopen. Een gezellig sociaal netwerk uitbouwen tussen sigaret, pot en pint.
Ik weet niet of het u ook opgevallen is maar de gelijkenissen tussen mijn stamcafé en Facebook zijn opvallend.
Maar het is uiteindelijk een liedje dat me deed beseffen waarom ik echt met Facebook gestopt ben:
“Ja, dit is een lied dat m'n leven vergalt
En ik weet ook nog niet of het u wel bevalt
Ik ben hier aan het zingen maar ik heb geen plezier
Ik vind dat toch zo triestig, een café zonder bier”, zong Bobbejaan.
Facebook is een café; een café zonder bier!
Mike Olders.
















Reacties