Samen met Arno genoot ik van een koffie verkeerd; geen idee wat verkeerd is aan een extra scheutje melk, maar kom. De zomerzon zat verscholen achter een wolkendek, toch heerste er een zwoele zomerse sfeer; ik zat immers met mijn vriend en grote held Arno op een terrasje.
Wanneer ik met Arno op stap ben, wat niet vaak voorvalt, is dat meestal omdat hij een writers block heeft. Door één of andere onverklaarbare reden geven onze inhoudsloze gesprekken hem inspiratie.
Arno is van het principe “Twee liedjes is al wat, tien een album”. En gelijk heeft hij want met een lp valt meer te verdienen dan met een single-cd.
Die gesprekken gaan meestal over koetjes en kalfjes (niet letterlijk!) waardoor de ideeën naar boven komen en de creativiteit gunstig gestimuleerd wordt; echt waar het proberen waard.
En al snel had ik een interessante invalshoek gevonden om het ijs te breken.
De dag voordien zag ik op National Geographic een reportage over neonazi’s die in de Verenigde Staten actief zijn. Het moet me van het hart maar ik durf sindsdien de Grote Plas niet meer over te steken; dat ginds dergelijke gekken bestaan! En toen ik er achteraf over nadacht kwam ik tot een bijzondere vaststelling! Er bestaan dus neonazi’s die Hitler adoreren terwijl van neohastati’s die zweren bij het gedachtegoed van het Romeinse Rijk geen sprake is.
Zien ze die klederdracht niet zitten of hebben ze met z’n allen een kortetermijngeheugen waardoor ze van Ceasar geen notie hebben? Want laat ons eerlijk zijn, het Romeinse Rijk moet helemaal niet onderdoen voor het Derde Rijk als het op waanzin en geweld aankomt.
Plots had ik Arno zijn aandacht! Hij vond dit een interessante stelling; alleen: hoe giet je zoiets in een song?
Arno keek vreemd op toen ik onze relatie vergeleek met dat van Gaston & Leo; ik ben de aangever en Arno moet maar zien wat hij ermee aanvangt. Simple comme bonjour!
Hij staarde voor zich uit, minutenlang, tot plots de muizenissen in z’n hoofd plaats maakten voor een nieuwe invalshoek: “Sigaretje?”, vroeg Arno terwijl hij zijn pak sigaretten naar me toe hield.
We rookten samen een sigaret en ik bestelde nog twee koffietjes aan de leuke serveerster die met het verkeerde been uit bed gestapt was.
Op het gereutel van het espressoapparaat en wat vogels na volgden enkele minuten van stilte. Arno dacht na!
Toen onze koffietjes, zonder alstublieft, geserveerd werden rekende ik af. “Weet je?”, vroeg Arno, “Ik ga een liedje schrijven over jou en over mij, over onze vriendschapsband! Wat denk je daarvan?”.
Persoonlijk vond ik het teveel eer maar anderzijds is het wel iets waarmee je kunt uitpakken op café wanneer het liedje door de boxen galmt. Ik vroeg Arno of hij al een melodie of tekst in gedachten had, want Arno komt nooit zomaar met iets op de proppen; meestal heeft hij het vooraf al min of meer bedacht.
“Nee, geen melodie en geen tekst.”, zei Arno, “Maar wel een titel: Mon fils de pute!”
Mike Olders.
Reacties