Mijn vriendin en ik maakten ons klaar voor wat het hoogtepunt uit 56 jaar televisie in Vlaanderen zou worden! Een kleine stap voor de televisie, maar een hoogtepunt in onze prille relatie: we komen op tv!
Het is ondertussen een traditie geworden om bij opmerkelijke televisiemomenten de zoute snacks, chips en tv-worstjes in grote hoeveelheden uit de kast te halen, dus ook bij ons was dit het geval. Geen mens haalt het in z’n hoofd om op zo’n momenten een varkensgebraad in de oven te steken, stel dat je iets mist! Het is iets waar de voedingsindustrie de voorbije jaren handig op ingespeeld heeft gezien het ruime assortiment versnaperingen die je in de supermarkt kan vinden tussen de broodnodige soep en patatten.
Alles was in gereedheid gebracht voor dit heugelijke moment en we hadden gezellig naast elkaar plaatsgenomen in de zetel, met de beide voeten op het salontafeltje dat eigenlijk niet meer dan een tafel met korte pootjes is en net groot genoeg voor vier volwassen voeten, twee glazen rode wijn en een groot assortiment kleine hapjes; dat varkensgebraad ging er sowieso teveel aan geweest zijn.
Gezien ik, noch mijn vriendin, een sterrenstatus hebben of een carrière in de filmindustrie ambiëren lijkt het me logisch even uit te leggen waarom uitgerekend wij op tv zouden verschijnen.
Die ochtend genoten mijn vriendin en ik van een gezellig dagje aan zee. Met z’n tweetjes op het strand van Blankenberge. Terwijl zij genoot van een ijsje stak ik een sigaretje op om loskomend van alle stress (die ik aan de file overgehouden had), de wijde omgeving te overschouwen. Tot ik op zo’n vijftig meter van ons vandaan een bijzonder tafereel ontwaarde. Drie mannen met een camera, dit moeten lui van de televisie zijn want niemand gaat puur voor de lol op een gloeiendheet strand staan zeulen met dergelijke zware opnameapparatuur.
Misschien had de koning iets voorgehad en trok men met één der laatste monarchisten naar het Blankenbergse strand voor een terugblik op zijn zestien jaar koningschap. Onder het mom van “Ach, het zal wel niet belangrijk zijn” zwakte onze aandacht af, zij likte en ik sleurde verder.
Net toen ik mijn sigarettenpeuk zo ver mogelijk weg probeerde te werpen kwamen de mannen met de camera op ons af; met de microfoon in de aanslag en de vraag of ze mij een vraag mochten stellen voor de televisie.
Nooit verlegen om een flauw grapje wees ik de reporter er fijntjes, doch beleefd, op dat hij reeds een vraag gesteld had nog voor ik hem daar toestemming voor gegeven had. De reporter kon amper de mondhoeken naar omhoogbrengen en maakte een geluid dat meer op een slecht startende dieselmotor dan op lachen leek. Begrijpelijk want die grap hoort hij waarschijnlijk enkele keren per dag. Vlamingen houden nu eenmaal van flauwe grapjes, zo is geweten.
“Mijnheer, u gooide zonet een sigarettenpeuk op het strand, weet u...”
“Neen, dat deed ik niet! Kunt u dit hardmaken? Heeft u hier beelden van?”
“Ik heb het u zien doen, mijnheer! Kijk, als u liever heeft dat we iemand anders...”
De blik die mijn vriendin me toewierp maakte me onmiddellijk duidelijk dat zij een televisieoptreden wel zag zitten en dat ik het niet in m'n hoofd moest proberen te halen om deze unieke kans naar de kloten te helpen. De reporter was nog niet van de slechtste en was bereid ons een tweede kans te geven, wat geen evidentie is want die mannen werken met deadlines!
“Mijnheer u gooide zonet een sigarettenpeuk op het strand, weet u dat dit u in Blankenberge een boete kan opleveren van zo’n 150 euro?”
“Dat is goed om weten”, knipoogde ik, “De volgende keer gaan we dan maar naar Bredene, hé schat?”, zei ik tegen mijn vriendin.
De reporter haalde zijn microfoon naar omlaag, knikte naar de cameraman en dankte ons voor de medewerking.
Bij thuiskomst was het alle hens aan dek want iedereen moest op de hoogte gebracht worden over het feit dat ons televisiemoment aangebroken was.
Daar zaten we dan languit in de zetel in volle spanning te wachten tot het Blankenbergse item, met ons in de hoofdrol, aan bod zou komen.
En jawel hoor! Al na enkele minuten verscheen het, voor ons ondertussen vertrouwde, Blankenbergse strand in beeld. En heel in de verte, links achter de Blankenbergse schepen van Afvalbeleid konden we onszelf al herkennen! Voor de doorsnee kijker niet meer dan een oranje en donkere stip maar voor ons waren die stippen duidelijk “wij!”. Het was zeker en vast een voorsmaakje voor wat nog komen zou.
Wat nog komen zou bleef uit!
Enkele strandgangers kwamen nog in beeld maar van ons was geen sprake in deze reportage, op de twee stippen na!
Ach ja, wie wil er nu op tv komen?
Reacties