Dit jaar heb ik van mijn petekind een keurig, met de pen geschreven nieuwjaarsbrief gehad, waarin haar hooggestemde gevoelens tegenover mij en mijn vrouw foutloos en zonder kladden tot uitdrukking werden gebracht.
De juffrouw had met potlood de hulplijntjes getrokken, twee vlak bij elkaar voor de staart- en nekloze letters; één boven en één onder, ter beteugeling van de krullen van de k’s en van de g’s.
Ik was heel blij met de brief, want andere jaren moest ik het met een afgeprint exemplaar doen, waardoor ik het griezelige gevoel kreeg dat mij dat jaar precies hetzelfde toegewenst werd als alle andere peetvaders van het land, wat volgens de sterftecijfers niet zo’n erg blij lot is.
Tot ik bij mijn vader kwam en daar precies dezelfde nieuwjaarsbrief aantrof, maar dan met lieve bompa in plaats van lieve peter. Ik heb niets gezegd, maar ik was verongelijkt.
Dat betekende dus weer dat mijn eigen persoonlijke goede wensen van het schoolbord waren overgeschreven en dat de schooljuffrouw zich niet tot de hulplijntjes had beperkt, maar dat zij er meteen de gevoelens had bijgeleverd.
Waar bemoeit zo’n mens zich eigenlijk mee? Ik souffleer haar kinderen toch ook die lieve woordjes niet, die zij haar op haar verjaardag in het oor fluisteren.
En dan nog van die voorgekauwde wijsheden, als ‘alleen van elkander houden kan u een heel jaar gezond behouden’ Ik dacht al dat ik een petekind had met een op haar leeftijd geniaal gevoel voor poëzie, want ik kan inderdaad niet ontkennen dat de onzin allemaal rijmt, maar nu blijkt dat ik alleen maar een petekind heb met een lichtelijk achterlijke onderwijzeres.
Wat gaat het de school aan of en hoe zo wij van elkaar houden? Wat moet er nu van zulke kinderen terechtkomen? Wat wacht er hen? Een heel leven van voorgedrukte communicatiestoornissen.
Als het een winkel uitkomt, staat er geen middenstander meer achter de toonbank vriendelijk te roepen: dank u wel, merci! Nee, er zit een sticker op de deur met : bent u tevreden, zo ja kom dan terug. Met andere woorden als u niet tevreden bent, blijf dan in godsnaam weg. Wat een mentaliteit!
En dat allemaal omdat ook middenstanders in hun jeugd voorgekauwde nieuwjaarsbrieven moesten overschrijven. In mijn eigen kamer hangt er een bordje met: ‘samen leven, samen werken en door wederzijdse trouw liefdevol elkander sterken, is de plicht van man en vrouw’.
En dan te bedenken dat ze dat vroeger bij bruiloften cadeau gaven. Dan wist je meteen dat het niet voor de lol was dat je in het bootje stapte. Meteen met de neus op de plichten; de rechten zoeken ze zelf maar uit. Zo zullen ze in die tijd wel gedacht hebben.
Maar goed, dat plaatje heb ik dus hangen, omdat het oud is. Als iets antiek is kan het nog zo idioot zijn, er wordt altijd iemand gevonden die het wil hebben; in dat geval ik.
Maar dat ik een T-shirt heb met een spreuk erop die zo smerig is dat ik het niet kan dragen, komt omdat ik schooljuffrouwen, die mij met slogans lastig vallen, een koekje van eigen deeg wil geven.
Luc Vanmassenhove

Reacties