De burgemeester was al binnen, de OCMW -voorzitter ook, evenals tal van raadsleden, voornamelijk uit de rangen van de meerderheid.
De obers waren al heel gul met de drankjes, maar bij de culinaire verwennerijen waren geen koninginnehapjes voorzien, wat ik een promotionele denkfout vond, daar het toch ging om een receptie in de 'Koningin der Badsteden'.
Promotie is weliswaar mijn vak niet, maar als één van de beste stuurlui aan wal, vind ik het toch mijn plicht erop te wijzen dat hier een gouden buitenkans (vakterm: a golden opportunity) werd weggegooid.
Als de SP.A-afdeling Oostende erin slaagt om naast een handgreep schepenen en gemeenteraadsleden, ook nog een burgemeester, en een OCMW-voorzitter en -met enige vertraging - ook nog een vice-eerste minister en minister van Economie, Consumenten en Noordzee en een staatssecretaris voor de Bestrijding van de sociale en de fiscale fraude, binnenboord te hijsen, zou ik niet op een koninginnehapje min of meer gekeken hebben.
Geef dus toe dat koninginnehapjes een vondst zou zijn geweest, die een lokaal catering bedrijf tegen een bescheiden vergoeding had kunnen leveren. Of tomaat gevuld met Oostendse grijze garnalen? Of Ostêns Keytebier als doorzakkertje? Maar goed, het is nu te laat en tenslotte ben ik ook zonder dit streekbier nog hoogst fatsoenlijk gelaafd die dag. Wat mij op mijn onderwerp van vandaag brengt: de receptie. Ik ben de laatste weken nogal vaak te gast geweest op manifestaties van deze aard, die zich om de een of andere reden meestal in stadhuizen, culturele centra en marktpleinen afspelen. Een receptie in een casino komt niet elke dag voor - ik word tenminste niet elke dag uitgenodigd - en dus ging ik er graag heen. Te meer omdat zij aangeboden werd door soortgenoten: de Oostendse belastingbetaler.
Tot mijn verbazing moest ik echter mijn blij-herkennende glimlach tot Koen Meulenaere, voor de gelegenheid vermomd als 'Den Baard', beperken, want, afgezien van een aantal politici die ik van de teevee herkende, kende ik er geen mens. Of toch. Franky.
Franky is overal, alleen God in z'n beste dagen, kon hem op dat vlak overtreffen.
Ik vermoed sterk dat de mensen uit mijn stad allemaal naar Brusselse recepties pendelen, verkleed als ambtenaar, terwijl de hoofdstedelingen, verkleed als toerist, zich dan bij ons komen laten ontvangen.
Nadat ik even gepraat had met Herr Seele moest die weer weg om handtekeningen uit te delen aan zijn fans, zodat ik nogal lullig stond rond te kijken.
Maar de redding was nabij, want nog op geen twee meter afstand stond een sjofele man ostentafief naar mij te knipogen. Ik kende de man niet, maar misschien verkeerde hij wel in hetzelfde geval en kende hij ook niemand, zodat ik zijn signaal interpreteerde als een alternatief voor het onbeleefde brullen van: "hey, me me moât, stoâ j' ier ook voe jo-jo joker?"
Ik stevende dus op hem af, onderweg al vrolijk terugknipogend. Toen ik, met één oog helemaal dichtgeknepen bij hem arriveerde en mijn hand joviaal in de zijne wilde leggen, draaide hij zich om en liep met een rood hoofd weg.
Later zag ik hem, weer alleen in een hoekje, verwoed staan knipogen. Ik had toen al een gesprekspartner gevonden. Die volgde de richting van mijn blik en zei - op een gangstermanier zonder haar lippen te bewegen - : "Zie je die vent daar? Arno. Toffe gast. Jammer van die tic op zijn oog."
Ik ben toen maar weggegaan. Te meer daar het speechen net begon. Het relaas van de goed-nieuws-show lees ik vrijdag wel in 'De Zeewacht'.
Luc Vanmassenhove

Reacties