Wat weten vrouwen spelenderwijs toch veel! En ze zijn daarover zo bescheiden. Ik bedien nu bijvoorbeeld de wasmachine, want mijn vrouw is voor een week naar Tunesië, en zit daar flierefluitend in het zonnetje op haar achterwerk, dat ik bij het slapen gaan terdege mis.
Als ik vrouw was, dan zou ik, als ik de was deed, opscheppen over mijn handigheid te kunnen omgaan met zo’n apparaat. Zo zouden immers mannen zijn. Een vrouw hoor je nooit vertellen hoe fijngevoelig ze haar wasprogramma weer heeft uitgekozen om een vuile onderbroek proper te krijgen. Als een man de stekker van een schemerlamp maakt, dan zit hij de hele avond te zagen hoe briljant hij wel is.
Voordat mijn vrouw vertrok, had ze een handleiding geschreven hoe ik de machine moest bedienen, en in de keuze van haar woorden ging ze er van uit, dat ik buitengewoon debiel ben, een opvatting, die als het op technische apparatuur aankomt, niet helemaal ten onrechte is, want ondanks haar schriftelijke instructies over de gevaren, verloor ik intussen reeds bijna een arm in de droogzwierder.
Aan de basis van het gebruik van een wasmachine staat vuil goed. Dat heb ik uitstekend begrepen. Ik heb een hekel aan vuil goed. Daarom draag ik het niet. Als ik tot nu toe mijn vuile goed in de wasmand had gegooid, dan speelde vervolgens de procedure zich geheel buiten mij af. Het was alleen maar vanzelfsprekend dat deze kleding op de duur weer schoon in de kast lag of hing. Thans volg ik echter de complete cyclus, die vuil goed aflegt om weer schoon te worden.
Vuile sokken bijvoorbeeld, wat zijn die toch enorm smerig. Die raak ik normaal nog met geen tang aan, nadat ik heb geconstateerd dat ze vuil zijn. Ze worden ook, al naar gelang de omstandigheden tijdens het dragen op gevarieerde wijze vuil. Als je een dag hebt vertoefd in een kantoor met een vloerbedekking van kunstvezel, dan kun je je sokken ’s avonds rechtop zetten en dan kan er, zonder dat ze omvallen, een nest jonge katten in ravotten.
Onderbroeken dat zijn ook merkwaardige kledingstukken. Ik vind dat een onderbroek razend snel vuil wordt, terwijl ik thans, om mezelf arbeid te besparen, veel zorgvuldiger met de uitwassen van mijn onderlichaam omspring dan normaal. Ik ben zuinig in het gebruik van mijn onderbroeken en toch denk ik al na een dag: een krachtig sopje zou ze goed doen.
Een mens krijg ook wroeging, op die manier. Ben ik van mezelf dan smerig? Ik wil dit even aan u voorleggen. Elke ochtend na het ontwaken stap ik onder de douche met een plastic buideltje met vloeibare dennengeurzeep. Daarmee wrijf ik me hartstochtelijk in. Nadat ik mij heb afgedroogd, ruik ik dan ook naar een erkend natuurmonument.
Het lijkt mij, in dit land van viezeriken, dat ik dus redelijk schoon ben. Helaas heb ik het gevoel, dat mijn sokken en onderbroeken een andere mening zijn toegedaan. Weet u wat ik ook erg vies vind, nu we toch over vuile sokken hebben? Spaghetti, die te lang heeft gekookt, maar dat is een andere branche binnen het huishouden, nu ik ook mijn eigen eten bereid.
In haar handleiding voor de bediening van de wasmachine schreef mijn vrouw dat nylon kleding apart gewassen moet worden en volgens een geheel ander wasprogramma. Dat vond ik een handige aanwijzing. Alleen heeft ze er niet bij verteld wat van nylon is en wat van katoen, of wol, of leder.
Als ze terug is, zal ze vreemd opkijken. Ik heb nu een paar truien met mouwen die vlak onder de ellebogen ophouden, en enige merkwaardige korte sokjes.
“Vind je niet te koud voor korte mouwen?” vroeg een vriendin in café ’t Putje?
Het betrof mijn lievelingstrui. Ook dat nog!
Luc Vanmassenhove

Reacties