Ter gelegenheid van de jaarwisseling heb ik 16 kalenders en 5 agenda’s cadeau gekregen. Voor mij heeft de tijd een jaar lang geen geheimen meer. Er bestaat dus in dit land een enorme vindingrijkheid om elkaar eens leuk te verrassen. Ik raak die kalenders ook niet kwijt. Iedereen die ik uit de voorraad een kalender ten geschenke wil geven, merkt op, zelf al zoveel kalenders te hebben ontvangen. Het lijkt allemaal veel erger dan de vorige jaren. Is 2012 misschien het allerlaatste jaar?
Voor een aantal mensen is dat zeker het geval, maar de meesten van hen weten dat op dit moment nog niet. In die gevallen is er dus sprake van een echte verrassing en blijft hun eigen kalender onvoltooid aan de muur hangen.
Heel lelijke kalenders zijn het meestal. Vaak wordt een thema bedacht, de jaargetijden bijvoorbeeld. Ik heb een kalender waar de bezigheden van één boom gedurende een heel jaar in foto’s worden uitgebeeld. Als je dat zo eens bekijkt, dan leidt zo’n boom een overspannen leven. Die blijft bezig met uitbotten, bloeien, vrucht dragen, bespoten en geplukt worden, uitvallen, om tenslotte als een soort lijk het jaar te beëindigen.
Een andere kalender heeft als thema het paard. Ik hou niet zo van paarden. Ze liggen niet zo lekker in de hand, vind ik. Elke keer als je een blad afscheurt na een voltooide maand, stormt er weer een roedel briesende hengsten mijn kamer binnen, een nerveus tafereel.
Vijf kalenders hebben als onderwerp het monument gekozen. Onder monumenten vallen helder gezandstraalde gevels uit vroegere tijden, die met subsidie van de overheid als rariteiten binnen onze gemoderniseerde samenleving worden gekoesterd. Foto’s van zestig monumenten tel ik, maar nooit zie je daarbinnen een teken van leven, een doodse treurigheid, die je ook in musea aantreft, hoe vol het daar ook kan zijn.
Een foto-industrie stuurde me een kalender waarop mislukte, wazige dia’s staan afgebeeld. Die zullen dus wel bedoeld zijn als kunst. Een fabriek koos voor een frivole attractie en zond een kalender met schaars geklede dames. Daar heb ik weinig op tegen, ware het niet, dat het hier typisch Duitse dames betreft met de opgeblazen zinnelijkheid van fanatieke slagroomliefhebsters. Ze zijn week, vlezig en spierwit en hebben van die fletse blauwe ogen als de hemel boven Beieren. Ze zijn gestoken in babydolls van achterhaalde snit en hun hoofden lijken door een overvloed aan make-up als van gietijzer. Elke dame heeft een bordje in haar handen en daarop staat Januar, Februar, enzovoort, in het Duits dus: vandaar dat ik weet dat het hier dames van Duitse nationaliteit betreft, anders zijn het Oostenrijkse pin-ups van net na de “Anschluss”.
Met die 16 kalenders bij de hand heb ik eens uitgerekend hoeveel dagen ik dit jaar werk. Ik heb me voorgenomen in 2012 net zo hard te werken als de gemiddelde Vlaming; dus het zal wel een jaar worden waarin de dagen traag voortkruipen. Eerst kom ik aan 114 vrije zaterdagen, zondagen en feestdagen. Daar komen 20 vakantiedagen en statistisch gezien, 19 ziektedagen bij.
Samen 153 dagen. Blijven over 212 werkdagen, maar 16 van de 24 uur werken we niet, dus we hebben twee derde van die 212 dagen vrij. Dat zijn 141 vrije dagen. Kortom we hebben dit jaar 71 werkdagen. Zal ik die nu direct eventjes gaan volmaken, of wacht ik tot half oktober?
Ik ontving dus ook nog vijf agenda’s. Een gevleugelde modespreuk in het bedrijfsleven luidt de laatste tijd in vergaderingen: “Dames, heren, zullen we de agenda’s even checken om de volgende afspraak vast te leggen?” En dan checken de dames en heren gewillig de agenda’s. Ikzelf check er dus vijf. Als bij een mislukte goocheltruc vliegen ze door de vergaderzaal.
“Hoor ik hier iemand pleiten voor werktijdverkorting?” vraagt de directeur.
Staken?
Luc Vanmassenhove

Reacties