Sinds kort hebben we een nieuwe auto;
hartelijk gefeliciteerd, zeggen mijn
vrienden dan, en eigenlijk weet ik niet
goed waarom ze dat zeggen, want ik ga
niet met hem naar bed, hoor.
Trouwens, ik woon drie hoog, en dat
lijkt me een te groot probleem om deze
wagen naast me op de sofa te krijgen,
om gezellig samen met de wielen en
de armen om elkaar heen geslagen,
naar de tv te kijken.
Ik zeg dat maar even, omdat ik soms om
me heen mensen gesprekken hoor voeren,
waaruit blijkt dat ze met hun voertuig een
hartstochtelijke verhouding hebben, de
vaktermen uitsprekend, alsof het de
edele delen van Miss België zijn.
Met mijn vorige auto heb ik vier jaar
gereden, nou ja, gereden. Gordelloos,
met dank aan de politie, die wat deze
verkeerswet betreft heel tolerant is en
zonder ongevallen, en bovendien mag ik u
met een zeker genoegen meedelen dat ik
nooit de motorkap heb geopend, en ben
er rotsvast van overtuigd dat dit met het
nieuwe exemplaar evenmin zal gebeuren.
Ik wil absoluut niet weten wat daar
gebeurt. Soms deed een attente
pompbediende dat weleens, nadat hij
beleefd had gevraagd of hij olie en water
mocht nakijken. Welnu, dat zijn van die
dingen in het leven die van mij altijd mogen.
Laten ze maar eens naar hartenlust naar
olie en water kijken. Wie weet wat ze
nog aan belangwekkends zien. Misschien
vinden ze dat machtig interessant en
kussen ze de koeling zowel als de filter.
Maar blijkbaar zagen ze nooit wat, want
ze zeiden altijd dat het O.K. was.
Behalve in Frankrijk langs de autoroute,
want daar willen ze immer olie bijvullen,
maar daar word je in het ootje genomen
ter wille van de hogere omzet.
Het enige wat ik weet van al die
geheimzinnigheden onder de motorkap
is, dat ik bij ronde getallen op de
kilometerteller de auto naar de garage
moet brengen, en daar doen ze dan
dingen, die meestal overdreven duur
uitvallen.
’t Is net of je je auto naar een bordeel
brengt, en daarvoor moet betalen, voor
extra’s, waarover je later maar liever niet
praat, omdat je niet begrijpt dat je voor
die verrichte diensten zoveel geld op tafel
moet leggen.
Maar goed, als me dus aan de pomp gevraagd
wordt of er naar olie en water gekeken mag
worden, dan blijf ik gewoonlijk achter het
stuur zitten. Maar als ik een enkele keer
buiten sta en zo’n man de kap opent, dan
zie ik me toch wat!
Ik mag er dus niet aan denken dat ik
zoiets ook nog eens moet doorgronden.
Wat is dat veel, en wat zit dat allemaal dicht
bij elkaar.
Kortom, ik hou niet van auto’s. Je staat er
al te vaak mee stil, en stilzitten vind ik vervelend.
Luc Vanmassenhove.
Reacties