Op wintersportvakantie. Allemachtig, wat wordt die beproeving door iedereen die er zich eraan waagt, door dik en dun verdedigd. Er moet dus iets mis zijn, want anders werd er niet zo uitzinnig gedaan over bevroren neerslag die bovendien nog is neergelaten op uitsluitend hellende vlakken om de moeilijkheidsgraad van de voortbeweging te verhogen.
Dikwijls ligt er wel een meter sneeuw. Welnu, als er in Vlaanderen een meter lag, en daar ligt sneeuw bij gebrek aan bergen tenminste gewoonlijk nog recht, dan kwamen al die mensen, die nu zakken euro’s uitgeven om er elders door te mogen waden, niets eens hun huis meer uit. Die stonden zich dan voor hun venster ingesneeuwd te verklaren.
Denk nu niet dat ik nog nooit op skivakantie ben geweest.
Sindsdien werd ik nog één keer overgehaald door vrienden, die zeiden dat de sneeuw in de Tsjechische Republiek van betere kwaliteit is dan die in Zwitserland, en helemaal iets anders dan sneeuw in Vlaanderen.
Ik kende die vrienden al heel lang, dus je gelooft het, maar toen we er aankwamen, bleek dat ze gelogen hadden, het was precies dezelfde sneeuw. Ik heb even een beetje in de hand genomen om te voelen. Ik was dus bedrogen.
Ik ben het hotel binnengegaan en heb een leuke leunstoel in de lounge uitgezocht met mijn rug naar raam, want dan hoefde ik niet steeds te zien dat alles wit is in het landschap, hetgeen duidt op een armoedige schaarste aan kleuren. Een landschap hoort niet wit te zijn, maximaal een klein beetje wit door een tafellaken in het groene gras om er te picknicken.
Een geheel wit landschap is daarom een door de hemel aan ons opgedrongen noodoplossing om de winter door te komen. Daar moet je dus niet naar gaan zitten kijken, vind ik. Na twee dagen wist iedereen het: ze konden me vinden in die leunstoel, aan de bar, of in bed.
Buiten ben ik niet geweest, want het vroor en alles was eigenlijk onbegaanbaar, dus dan gaat een gezond denken mens de deur niet uit als ’t niet hoeft. Ik werd dan ook nooit moe.
Elke ochtend zag ik al die overdreven sportliefhebbers in hun rampenpakken en met een bos hout over de schouders vertrekken om op te grote hoogte ongewone inspanningen te leveren, en elke middag keerden ze terug, achter de adem uitroepend dat de lucht zo gezond was geweest, en dat je daar thuis niet meer meemaakte. Ze zeiden dus niet dat de lucht koud was, of fris, nee, dat de lucht zo gezond was, jawel, maar dan fiets ik toch liever in ’t zonnetje onder de fabrieksrook van de U.C.B. van Oostende naar Brugge, in plaats van daar met mijn voeten door die koude troep te sjouwen.
Ik maakte in die dagen kennis met de receptioniste van het hotel, want overdag waren wij immers samen, gans alleen in de lounge. Ze sprak vijf talen vloeiend, dus ze had heel wat te vertellen. Onze verhouding verliep zonder de problemen die de anderen kenden door onbekwaamheid, als gevolg van spierpijn en het drinken van die laffe opgewarmde wijntjes en rum om bij te komen van de koude. Bovendien werden ze, zittend op de rand van het bed, vaak bevangen door duizelingen, want het kruissteekpatroon van die truien is zo ingewikkeld, dat je er erg licht in het hoofd van wordt.
Cupido waart dus vruchteloos rond in het Tsjechische winterland, maar ik kon tenminste mijn eigen ritme aanhouden. Niet dat dat veel voorstelt, maar receptioniste kwam talen te kort om mij te prijzen. Alleen de laken waren wit, de kleur dus waar ze daar veel te veel van hebben; als je een laken buiten het raam ging luchten, dan zag je er niets van. Je weet dus nooit of in die landen de lakens wel eens gelucht worden.
Op weg naar het vliegveld voor de terugreis was de bus gelukkig verwarmd. De vrouw die naast mij zat riep uit hoe prachtig ze het landschap wel vond. Zo overweldigend wit! Ik heb toen voor haar mijn broekspijpen tot boven de knieën opgerold, want mijn benen kunnen er ook wat van.
Luc Vanmassenhove
