De Zeewacht op vrijdag 22 juni 1951:
Gezonde financiën voor één jaar...
Dat de Oostendse stadskas in een benarde financiële toestand verkeert, is geen nieuws meer. Het deficiet op de begroting voor 1951 overtreft de 30.000.000 Fr. De geconsolideerde schuld van de stad, die voor de oorlog 215.000.000 Fr. beliep, is aangegroeid tot 322.000.000 Fr. De vlottende schuld bedraagt op dit ogenblik niet minder dan 124.085.000 Fr. Weliswaar mag de stad uit hoofde van oorlogsschade aanspraak maken op ongeveer 50.000.00 Fr., wat de vlottende schuld voor een deel zal doen terug lopen, doch daarmee zijn de stadsfinanciën niet gered. Het is een feit dat het stadsbestuur zonder aan de standing van Oostende te raken een bezuinigingspolitiek had kunnen doorvoeren. Wij kunnen enkel betreuren dat zulks niet gebeurd is.
MET HET GROOT MES
Om de financiële toestand voorlopig in het reine te kunnen trekken, heeft de stad Oostende zij toevlucht genomen tot de uitgifte van een openbare lening van 60.000.000 Fr. De hogere overheden hebben met deze openbare lening ingestemd en de Oostendse gemeenteraad heeft er zich éénparig mee akkoord verklaard. Officieel heet het dat deze openbare lening moet dienen om de verdere wederopbouw van Oostende en de uitbreidingswerken van electriciteit en gas mogelijk te maken. Officieus mag gezegd worden dat op de eerste plaats alle achterstallige rekeningen zullen betaald worden. Is de openbare lening van 60.000.000 Fr. een lapmiddel of wat? Deze vraag is de moeite waard om te onderzoeken.
Oostende 60 jaar later:
Stad Oostende stapelde de laatste 15 jaar de schulden op. Zelfs in de economisch sterke tijden van begin deze eeuw werden de schulden voort opgestapeld. Bedroeg de schuld per inwoner halfweg de jaren negentig nog een kleine 1000 euro per persoon, dan bedraagt deze vandaag zo’n 4000 euro per Oostendenaar. En dan spreken we nog niet over de schulden die weggedoken zitten in de Autonome Gemeentebedrijven.
BNP Paribas leverde in januari 2011 een audit af over nv EKO (Exploitatie Kursaal Oostende) en moederbedrijf AGSO (Autonoom Gemeentebedrijf Stadshernieuwing Oostende). Vervolgens werden er nieuwe afspraken gemaakt, waarbij de exploitatie van de Kursaal in handen komt van de vzw Kursaal Oostende, die nauw zal samenwerken met de vzw Toerisme Oostende en ook onder leiding van Toerismedirecteur Peter Craeymeersch komt. EKO houdt enkel het beheer van het gebouw over, maar hoeft de schulden aan AGSO niet meer terug te betalen. Wel mag AGSO de parking onder het Monacoplein (zowat het enige rendabele project binnen AGSO!) verkopen om financieel het hoofd boven water te kunnen houden.
Deze week werd deze ondergrondse parking daadwerkelijk verkocht waarvan de opbrengst effectief gebruikt zal worden om de financiële put wat te dempen en zo het hoofd boven water te houden tot de gebouwen van de hotelschool verkocht zijn en er opnieuw geld beschikbaar komt om in dit fiasco te pompen. Ook 60 jaar later blijft het Oostendse stadsbestuur lapmiddelen gebruiken om de financiële blunders te verdoezelen.
