Oostende is desperaat. Het heeft geen antwoord op vlagen van zinloos geweld.
De stad heeft de hulp ingeroepen van Brice De Ruyver, professor en veiligheidsexpert.
Brice, jarenlang gerespecteerde rechterhand van Guy Verhofstadt, wil snel aan de slag.
Hij plant een "haarfijne analyse" van het veiligheidsklimaat.
Analyse?
Wat een schaamlap! Wat een wanhoop! Je zult maar vader en moeder zijn van zo'n neergeslagen jongen.
"Het is nog even wachten op de analyse, mevrouw, meneer."
Hebben ze bij de politie dan geen veiligheidsexpert? Is er in Oostende dan geen schepen van openbare orde?
Heeft de burgemeester het soms te druk met havenbelangen en recepties? Er komt een moment dat er niets meer te analyseren valt.
Reeds in 2006 ramde een groep Tsjetsjenen dagelijks dancings en cafés in Oostende. Dat is alweer twee jaar geleden.
Nu zegt Brice De Ruyver: "Er zijn almaar meer Oost-Europeanen neergestreken. Dat maakt dat Oostende het hoofd moet bieden aan de uitdagingen van een moderne grootstad.
In Antwerpen struikel je ook over Oost-Europeanen, vooral 's nachts. In Mechelen en Hasselt is het niet anders.
Het Vlaams Belang hoor je nooit over Oost-Europeanen: broeders van het blanke ras, nietwaar? Wie in Brasschaat zou dan geen Poolse werkster hebben?
Het bestuur van Oostende slaat zichzelf op de borst voor het machtige herstel van de oude grandeur van de stad.
Alleen, de sociale grandeur is kennelijk achtergebleven. Het schijnt te maken te hebben met het terminuseffect van een havenstad.
Mooie, academische analyse van Brice De Ruyver, maar wat koop je ervoor, als opgejaagd wild?
Nee, Oostende hoeft geen Gestapostad te worden. En loslopende Tsjetsjenen hebben ook mensenrechten. Maar voor het cynisme van analyses is het te laat.
Het schepencollege zou er ook kunnen aan denken om, tussen de recepties door, mee de nacht in te gaan. Op patrouille.
Hugo Camps
(Bron: De Morgen, donderdag 21 augustus 2008)
